Waar ook ter wereld, de mens kan niet zonder genotmiddelen. Een glas wijn, een stuk chocola, een kop koffie of thee, cocabladeren, tabak, opium, bier; wat, waar en hoeveel men nuttigt is afhankelijk van cultuur, gewoonte en de wet. De komende maanden presenteren we hier een groot aantal voorwerpen uit de volkenkundige collectie rond het thema genotmiddelen. Lees deze keer over de geschiedenis van de koffie en de verspreiding over de wereld.
Het drinken van een kopje koffie is nauwelijks meer weg te denken uit onze cultuur. Koffie wordt veel en graag gedronken, het is in feite het meest gebruikte genotmiddel ter wereld.
Koffieplant (Coffea Arabica) in Ethiopë. Foto collectie Tropenmuseum
De geschiedenis van koffie begint ergens tussen 575 en 850. De koffieplant komt oorspronkelijk uit Ethiopië. Volgens één van de vele koffielegenden zag een Ethiopische herder, genaamd Kaldi, dat zijn geiten na het eten van bepaalde struikbessen erg opgewonden raakten. De herder plukte er wat, kookte ze en kreeg een aftreksel met een tot dan toe onbekende geur. Die drank was bitter, maar gaf ook een gevoel van voldoening en helderheid van geest. Ze voelden zich al snel opgewekt en wakker en zo ontdekten ze de effecten van cafeïne.
Vanuit Ethiopië werden de koffiebonen meegenomen naar de Arabische wereld. Hier begon het echte koffie drinken. Koffie dankt dan ook haar bekendheid aan de Arabieren. Hierdoor kreeg de koffieplant abusievelijk de Latijnse naam 'Coffea Arabica'. Toen Linneaus in de 18e eeuw de plant benoemde was hij in de veronderstelling dat deze plant in Arabië groeide.

Litho met afbeelding van de koffieplant (Coffea Arabica). Collectie Tropenmuseum
In de Arabische wereld, in het bijzonder in Jemen, werd de koffie aanvankelijk gebrouwen door de hele bes, het vruchtvlees èn de pit (de koffieboon) langdurig te koken. De zoetige drank die ontstond noemden de Arabieren 'qishr', dat omhulsel of vruchtvlees van de koffiebes betekent. Van het branden van de bessen of de bonen was nog geen sprake. Dat gebeurde vermoedelijk pas na de verspreiding van de koffie naar Egypte, Syrië en Turkije in de eerste helft van de zestiende eeuw. Beide bereidingswijzen hebben nog heel lang naast elkaar bestaan.

Koffiekan uit Jemen, collectie Tropenmuseum. De takjes dienen als filter om de drab tegen te houden.
De qishr , die vanwege de zoete smaak en de cafeïne vergeleken zou kunnen worden met warme coca cola, zou omstreeks 1450 in Arabië populair zijn geworden als een voedzame soep. Ook bestaan er aanwijzingen dat qishr aanvankelijk vooral werd gedronken door de Jemenitische soefi's. Deze religieuze groepering zou wegens de opwekkende werking van de qishr haar ceremoniën op die manier beter kunnen volhouden.
Over wanneer en waarom men met het branden van koffie begon, is geen informatie beschikbaar. Mogelijk werd het vruchtvlees van de koffiebes lichtelijk gebrand om de zoetigheid van de vrucht beter tot haar recht te laten komen, net zoals gedroogde druiven (rozijnen) zoeter zijn dan verse druiven. Het branden van koffiebonen op grote schaal is waarschijnlijk pas later in zwang gekomen, toen in het begin van de zestiende eeuw de koffie vanuit Jemen naar het noorden werd verspreid en in Mekka, Cairo, Damascus, Aleppo en Istanboel terechtkwam.

Geelkoperen koffiekan uit Kenia. Collectie Afrika Museum. Zowel in Tanzania als in Kenya worden deze grote koffiepotten door straatverkopers gebruikt om Arabische koffie uit te serveren. Het model komt oorspronkelijk uit Oman. Dit is een oud, gebruikt exemplaar.
Koffiekan uit Turkije. Collectie Museum Volkenkunde
Tegen de tijd dat de eerste Europeanen omstreeks 1570 met de koffie in aanraking kwamen, was in de Arabische wereld de zwarte drank inmiddels uitgegroeid tot volksdrank nummer één. Koffiehuizen waren ondanks de verboden door de hele zestiende eeuw heen, niet meer uit het straatleven weg te denken. De gemiddelde stedeling bracht er heel wat uurtjes door.

Een Marrokaanse familie geniet van een kop koffie. Foto collectie Tropenmuseum
Koffiehuizen vervulden een belangrijke functie als bron van informatie over politiek en ander nieuws, maar hun succes en tevens kwetsbaarheid voor verboden dankten de koffiehuizen aan hun positie als intellectuele vrijplaatsen. Bezoekers praatten daar vrijblijvend over godsdienstige en politieke problemen en konden zo snel een haard van verzet tegen politieke en geestelijke machthebbers vormen. Niet voor niets zouden in onrustige tijden herhaaldelijk de koffiehuizen gesloten worden.
In 1615 brachten kooplieden uit Venetië de eerste zakken koffie vanuit Jemen naar West-Europa. En in het najaar van 1661 kwam de eerste koffie in Amsterdam aan en werd de eerste openbare koffieveiling gehouden. Er kwam toen 21 481 pond 'cauwe' onder de hamer.
Door het heerlijke aroma en de stimulerende werking ervan werd koffie snel een favoriete drank. Het duurde niet lang of de gegoede burgerij, die haar handelsgeest nooit verloochende, prees de effecten van koffie. De drank zorgde er namelijk voor dat dronkaards nuchter werden en in betrouwbare werkers veranderden. In Nederland rezen dan ook al gauw de koffiehuizen als paddenstoelen uit de grond. In Amsterdam staan in 1700 rond de beurs en op de Dam zo'n 32 koffiehuizen die goed zaken doen. Het zijn net als elders in Europa ontmoetingsplaatsen voor kooplieden, studenten en ambtenaren.
Nederlandse en ook Engelse zeelui exporteerden de koffieplant naar hun koloniën overal ter wereld. In het begin van de achttiende eeuw brachten de Nederlanders de koffie naar Indonesië, de Fransen namen planten mee naar Martinique en de Spanjaarden startten plantages in het Caribische gebied, Midden Amerika en Brazilië. De Portugezen volgden hen na en brachten op hun beurt Antilliaanse planten over naar Brazilië. Uiteindelijk werden er door de Britten ook in Jamaïca koffieplantages aangelegd.

Koffieplantage in Java. Foto collectie Tropenmuseum
Schoolplaat met de afbeelding van een koffieplantage in Colombia. Collectie Tropenmuseum
Vanaf midden 19e eeuw werd koffie steeds algemener, en verspreidde het gebruik ervan zich over vele gebieden van de wereld. De kolonisten en missionarissen waren de grote verspreiders van koffie.

Koffieketel uit Java. Collectie Nusantara
In de 20e eeuw is koffie een zeer populaire drank geworden en werd het steeds goedkoper, zodat niet alleen de elite maar de hele bevolking koffie ging drinken.
In het begin van de twintigste eeuw was Brazilië de grootste koffieproducent ter wereld. Tegenwoordig wordt bijna alle koffie vervaardigd in Midden-Amerika, Brazilië en de tropische delen van Zuid-Amerika. Het thuis branden van koffie werd definitief vervangen door het kant-en-klare fabrieksproduct. In 1901 presenteerde de Japanner dr. Sartori Kato de eerste oplosbare koffiepoeder en in 1938 legde Nestlé de basis voor de commerciële verkoop van oploskoffie.
Door de grote vraag naar koffie is deze warme drank uitgegroeid tot het meest verhandelde artikel na aardolieproducten. In de collectie van de SVCN zijn er een groot aantal koffiekoppen, koffiekommen, koffiekannen, etc. Deze diversiteit aan drinkgerei laat zien dat de koffie, oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Afrika, zich inmiddels over de hele wereld heeft verspreid.

Koffiekop uit Mexico. Collectie Museum Volkenkunde

Houten koffiekop van de Saami uit Lapland. Collectie Museum Volkenkunde
Koffieglaasjes uit Syrië. Collectie Museon
Koffieservies van Djokja zilver. Collectie Nusantara
Koffiebeker uit Pakistan. Collectie Tropenmuseum
Koffiebeker uit Groenland. Collectie Museum Volkenkunde
Houten koffiekopje uit Ambon, Collectie Museum Volkenkunde
Een halve kokosnoot als koffiekom uit Ecuador. Collectie Museum Volkenkunde
Koffiekom uit New Mexico. Collectie Museum Volkenkunde
Deeplink naar deze pagina