Collectie

Zoeken in de collectie van de Nederlandse volkenkundig musea



zoeken 
een ogenblik a.u.b...
  i  

U heeft gezocht op | 1 resultaten

  artikelen (1)   voorwerpen     1 van 1    
 
  Terug naar lijst

Winkelkoffiemolens



In de tweede helft van de negentiende eeuw nam de vraag naar koffie in Europa snel toe. De winkelkoffiemolen was tot dan toe een vergrote uitvoering van de schootkoffiemolen zoals die in de huishoudens in gebruik was. Er ontstond behoefte aan winkelkoffiemolens die meer en sneller koffie konden malen. Er kwam een nieuw type winkelmolen, waarbij het maalwerk onder de trechter was gemonteerd. De trechter kreeg de vorm van een grote, koperen beker, terwijl de slinger was vervangen door twee wielen aan weerszijden van de trechter. Deze wielen en de molen zelf waren van gietijzer. Net zoals veel landbouwmachines uit het einde van de negentiende eeuw waren de eerste winkelmolens van dit type geïmporteerd uit de Verenigde Staten. Daar werden volgens een schatting van een fabrikant uit New England al in 1831 jaarlijks driehonderdduizend van dergelijke winkelmolens gefabriceerd. De bekendste Amerikaanse fabrikant op dit terrein was de Philadelphia Enterprise. Het maalwerk bij deze molens bestond uit geribde metalen ringen die als molenstenen over elkaar heen draaiden. Er waren verschillende ringen in gebruik. De breedte van de rib op de maalringen bepaalde de grofheid van de maling. Tegen 1900, toen in Nederland de gasmotor en iets later de elektrische motor zijn intrede deed, werden dergelijke molens ook wel aangedreven met behulp van drijfriemen. Veel later werden elektrische winkelmolens geïntroduceerd. In Nederland kwamen deze molens in gebruik met de doorbraak van de supermarkt in de jaren vijftig. Elke winkel van Albert Heijn, De Gruyter, de Spar of Simon de Wit, om maar enkele van de bekendste kruideniers uit die tijd te noemen, had een of meer elektrische koffiemolens staan. Hier maalde de klant zelf zijn pak koffie en kon hij zelf de maalgrofheid bepalen. Vaak boden de machines de keuze uit wel tien instellingen. Soms slaagden branderijen erin de elektrische winkelmolens te benutten voor reclamedoeleinden. Een voorbeeld hiervan is een elektrische winkelmolen uit circa 1958 waarmee de klant Smith's Goudboon van Groningse koffiebranderij H. Smith kon malen.
De elektrische winkelkoffiemolen was echter geen lang leven beschoren, want in de tweede helft van de jaren zestig schakelde de Nederlandse consument massaal over op de aanschaf van voorgemalen, vacuüm verpakte koffie. Deze koffie was geschikt om te worden gezet met behulp van een in de jaren zestig razendsnel ingeburgerd gebruik van de papieren filter, veelal in een houdertje van Melitta. Op haar beurt bereidde die manier van koffie zetten de weg voor het hedendaagse koffiegerei bij uitstek, de elektrische koffiezetmachine.

In de twintigste eeuw ondergingen ook de apparaten voor het thuis malen van de koffie verandering. De meest in het oog springende wijziging was de opkomst van de wandkoffiemolen. Dit type koffiemolen was al aan het einde van de achttiende eeuw in de Verenigde Staten in gebruik. De slinger van deze molen zit niet bovenaan, maar opzij en het maalwerk is, net als bij de nieuwe winkelmolens uit de negentiende eeuw, onderaan de trechter gemonteerd. Het opvangbakje is van glas. In Europa werden dergelijke molens eerst na de industrialisatie met succes geïntroduceerd. In 1885 bracht de fabrikant Alexanderwerk in Remscheid een type wandkoffiemolen op de markt dat decennia lang de keukenwand in menig Nederlands huis zou opsieren. De molen had een rechthoekige trechter van porselein en werd afgesloten met een houten deksel. Hierin kon ongeveer één pond koffiebonen worden bewaard. In Nederland raakte dit type molen geweldig in zwang, toen branderijen het in de jaren dertig als cadeauartikel aanboden.

Tegen het einde van de jaren vijftig kwam het glazen bakje van deze populaire koffiemolen Douwe Egberts nog van pas in een campagne ter vergroting van de koffieconsumptie. Lange tijd had men bij D.E. aangenomen dat de glazen bakjes van de wandkoffiemolen 22 gram gemalen koffie konden bevatten. In 1959 bleek echter dat de in gebruik zijnde bakjes circa 25 gram koffie konden bevatten en dat de consument hier weinig van had gemerkt. Hierop besloot de branderij de bakjes te vergroten naar 30 gram. Men beschouwde dit 'een wijziging van ondergeschikte betekenis die wij zonder meer 'geruisloos' kunnen doorvoeren'. De doseringswijziging werd wel op het bakje van de koffiemolen aangebracht. Volgens die aanwijzing was 30 gram koffie goed voor zes koppen koffie. Dat was geheel conform de wens om circa vijf gram koffie per kop te laten gebruiken. Kort na de oorlog was dat slechts één gram. Tegen die tijd echter was de al veel langer bekende elektrische koffiemolen ook op de Nederlandse markt doorgebroken. De jaren van de wederopbouw waren achter de rug en de welvaart groeide. De al ruim voor de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten begonnen mechanisering van de keukenapparatuur zette nu ook in de Nederlandse huishoudens op grote schaal door. Vanaf 1959 maakte een bij Philips gefabriceerde elektrische koffiemolen deel uit van het cadeauassortiment van D.E. Daarmee werd het moeizame, langdurige malen met de handkoffiemolen teruggebracht tot een enkele minuten durend gezoem.
Auteur: Pim Reinders, m.m.v. Steven Braat


geografie: Europa 
cultuur: Europees 
object trefwoord: koffiemolens 

Oorsponkelijke uitgave
Auteur:  Pim Reinders en Thera Wijsenbeek e.a.
Uit:  Koffie in Nederland
Jaar van publicatie:  1994
Museum:  Nusantara
Uitgever:  Gemeente Musea Delft
ISBN:  90-6011-877-4
Rechten:  De tekst blijft eigendom van het museum en de SVCN.

Terug naar lijst   1 van 1